Voorafgaand aan de finale van de ABN AMRO Future Cup hebben ABN AMRO en Ajax op sportpark de Toekomst de samenwerking met twee seizoenen verlengd. ABN AMRO blijft tot medio 2020 als Partner van de Toekomst aan Ajax verbonden en zal daarnaast ook maatschappelijk partner van Ajax blijven.

De huidige overeenkomst loopt tot medio 2018, echter door wederzijdse tevredenheid over de afgelopen seizoenen en het vertrouwen in de toekomst, is besloten de overeenkomst vroegtijdig open te breken. De samenwerking wordt daarmee met twee seizoenen verlengd.

Hiermee blijft ABN AMRO ten minste tot medio 2020 zichtbaar op de shirts van de jeugd, de Ajax Vrouwen en de zaterdagamateurs. Daarnaast zal ABN AMRO betrokken zijn bij evenementen, toernooien en projecten van de jeugdopleiding. Op maatschappelijk gebied zullen de foundations van beide partijen nog intensiever gaan samenwerken, waarbij medewerkers van ABN AMRO als vrijwilliger bij projecten van de Ajax Foundation worden ingezet.

ABN AMRO trots op contractverlenging
Ernst Boekhorst, Manager Brand, Sponsoring & Foundation ABN AMRO: ,,We zijn al jaren verbonden met Ajax en zijn trots dat we, als Partner van de Toekomst, ons contract weer met twee jaar verlengen. De afgelopen jaren hebben bewezen dat we nog steeds mooie dingen met elkaar kunnen ontwikkelen; van de Ajax vlog tot aan het inzetten van onze vrijwilligers bij maatschappelijke activiteiten. We blijven met Ajax ook de komende jaren investeren in talent en talentontwikkeling.”

Lange historie Ajax en ABN AMRO
Menno Geelen, commercieel directeur Ajax: ,,Deze tussentijdse verlenging en verbetering van de samenwerking met onze Partner van de Toekomst zie ik als een groot compliment. We hebben een lange historie en kennen elkaar goed. Direct vanaf de start van de huidige samenwerking op 1 januari 2015, hebben we samen reeds vele mooie projecten kunnen opzetten. Zowel maatschappelijk als op het gebied van talentontwikkeling. Ik kijk dan ook erg uit naar de komende seizoenen en verwacht dat de toekomst ons nog veel gaat brengen.”